Martin Hemels, cardioloog-electrofysioloog, Rijnstate en Radboudumc:

‘Therapietrouw bij atriumfibrilleren is essentieel om trombose te voorkomen’

Patiënten met atriumfibrilleren hebben een verhoogde kans op trombose. Om dat risico te beperken, krijgen ze antistollingsmiddelen. Probleem is dat niet iedere patiënt deze medicijnen blijft slikken. Nederlandse wetenschappers die de landelijke DUTCH-AF patiëntenregistratie hebben opgezet, gebruiken de data hieruit om inzicht te verkrijgen in de therapietrouw binnen deze patiëntengroep.

Bij atriumfibrilleren (AF) is er een tragere bloedstroom in de linker hartboezem, vertelt Martin Hemels. ‘Die trage bloedstroom verhoogt de kans op trombose en daarmee ook op een herseninfarct. Bovendien zie je dat patiënten met deze ritmestoornis vaak onderliggende aandoeningen hebben zoals hoge bloeddruk, hartfalen en aderverkalking. Ook door deze cardiovasculaire overbelasting neemt het risico van trombose toe. Vandaar dat deze patiënten vaak antistollingsmiddelen krijgen.’

Blijven mensen therapietrouw?

Jarenlang waren dat vooral vitamine K-antagonisten. Het grote nadeel van deze stollingsremmers is volgens Hemels dat je frequent het antistollende effect ervan met een laboratoriumtest moet laten controleren. ‘Met de komst van de DOAC’s – de direct werkende orale anticoagulantia – is dat probleem opgelost. Daarbij hoef je slechts één tot twee keer per jaar de nierfunctie te laten onderzoeken. Nadeel is dat je zonder regelmatige controles niet weet of mensen therapietrouw blijven. Als patiënt merk je immers niet of die antistollingsmiddelen werkelijk iets doen ter preventie van trombose. Wel krijg je sneller blauwe plekken, neusbloedingen of bloed in de urine. Het idee bestaat dat patiënten zonder zo’n controle sneller vergeten die medicatie in te nemen.’

‘Als dubbelcheck vragen we apothekers of patiënten hun medicijnen hebben afgehaald. Zo hopen we een duidelijk beeld te krijgen van de therapietrouw.’

Dubbelcheck bij apothekers

Om inzicht in de therapietrouw te krijgen, maken Hemels en Menno Huisman, hoogleraar interne geneeskunde in het LUMC, nu gebruik van de DUTCH-AF-patiëntenregistratie, die enkele jaren geleden met GGG-subsidie is opgezet. Daarin zijn inmiddels 6.000 nieuw-gediagnosticeerde AF-patiënten opgenomen en in kaart gebracht binnen de Nederlandse Hartregistratie (NHR). Deze patiënten worden langdurig gevolgd. Hemels: ‘Uit deze groep hebben we 550 patiënten een vragenlijst toegestuurd. Daarop kunnen ze aangeven welke medicatie ze hebben gebruikt en hoe vaak. Dit herhalen we na één en twee jaar. Als dubbelcheck gaan we hun apothekers vragen of die medicijnen daadwerkelijk zijn afgehaald. Zo hopen we een duidelijk beeld te krijgen van de therapietrouw. Als blijkt dat die slecht is, adviseren we de overheid daar meer aandacht aan te besteden.’

Eyeopener

Dat de DUTCH-AF-patiëntenregistratie een prachtige basis vormt voor wetenschappelijk onderzoek, illustreert Hemels met nog een ander voorbeeld. Bij toeval werd ontdekt dat bijna 70% van de 6.000 geregistreerde AF-patiënten kampt met overgewicht. Een derde heeft zelfs een BMI van boven de 30 en heeft dus obesitas. Hemels omschrijft dit als een eyeopener. ‘We gaan nu met de gerandomiseerde DUTCH-WAIST-studie onderzoeken wat het effect is van afvallen op atriumfibrilleren. Daaraan zullen 280 patiënten meedoen, die allemaal een gecombineerde leefstijlinterventie krijgen. De helft krijgt bovendien een medicijn om af te vallen en de controlegroep alleen standaardzorg. We hopen aan te tonen dat door gewichtsreductie ook het atriumfibrilleren verdwijnt.’

Video
Contact

Verstuur