Over-en-onder­behandeling

Over- en onderbehandeling met geneesmiddelen zijn vormen van wat wel ‘ongeschikt medicatiegebruik’ wordt genoemd. Daarvan is onder meer sprake bij het te langdurig of te frequent gebruiken van een medicijn, het voorschrijven van een verkeerde – te hoge of te lage – dosering of het onnodig inzetten van een geneesmiddel. Over- en onderbehandeling vormen een belangrijk aandachtspunt binnen het GGG-programma.

Op het moment dat bij patiënten de juiste diagnose is gesteld, wordt lang niet altijd de juiste medicamenteuze behandeling ingezet. Patiënten kunnen schade ondervinden door een onnodig of een te langdurig gebruik van geneesmiddelen. Of juist door het niet inzetten van een geneesmiddel waar dat wel nodig zou zijn. Onderzoek naar welke groepen patiënten dit betreft en hoe de situatie te verbeteren is, kan een enorme impact hebben op de ziektelast voor de patiënt en voor de maatschappij.

Implementatie van de resultaten van projecten, met name op het gebied van overbehandeling, brengen eigen uitdagingen met zich mee. Het behandelen van patiënten met minder geneesmiddelen, minder frequent of in een lagere dosering is voor zowel zorgverleners als patiënten soms lastig. Zij zijn vaak terughoudend om minder te doen, in plaats van meer. De neiging kan bestaan om – ‘voor de zekerheid’ – toch maar die behandeling in die hogere frequentie en/of hogere dosering te geven. Maar soms is minder beter dan meer.

Door oorzaken van over- en onderbehandeling te onderzoeken, is de werkelijke omvang van het probleem in kaart te brengen. Studies kunnen duidelijk maken welke groepen patiënten onnodig een middel krijgen of juist een niet gegeven middel wel hadden moeten krijgen. Regelmatige evaluatie van de geneesmiddelen die een patiënt gebruikt, helpt om te bezien of alles (nog) wel nodig, in de juiste dosering is voorgeschreven en goed op elkaar is afgestemd. Onderzoek naar over- en onderbehandeling en de implementatie van de resultaten ervan in de praktijk, dragen bij aan het vergroten van de patiëntveiligheid, aan minder ‘handen aan het bed’ en aan doelmatigheid van de zorg.

Jan Prins, infectioloog, hoogleraar Inwendige geneeskunde, Amsterdam UMC:

‘HPV-vaccinatie heeft geen zin bij voorstadia anuskanker’

Lees over dit project

Filip Eftimov, neuroloog, Amsterdam UMC:

‘Medicatie bij zenuwontsteking CIDP afbouwen kan veilig’

Lees over dit project

Frederique Paulus, IC-onderzoeker, Amsterdam UMC:

‘Verneveling van slijmoplossers tijdens beademing meestal overbodig’

Lees over dit project

Mark van den Boogaard, verplegingswetenschapper en senior onderzoeker op de IC, Radboudumc:

‘Haloperidol kan delirium bij IC-patiënten niet voorkomen’

Lees over dit project

Angelique de Man, intensivist, Amsterdam UMC:

‘Vermijd extreme zuurstofwaarden bij IC-patiënten’

Lees over dit project

Video
Contact

Verstuur