Implementatie

Een van de grootste uitdagingen in zorgvernieuwing is de implementatie van kennis en innovaties. Hoe zorg je ervoor dat resultaten van onderzoek en praktijkexperimenten onderdeel worden van de dagelijkse praktijk? De klus is niet geklaard zodra de promotie rond is of het wetenschappelijke artikel gepubliceerd.

Projecten die ZonMw financiert moeten impact hebben. Pas als nieuwe kennis en kunde gebruikt worden in praktijk, beleid, onderwijs en/of verder onderzoek, blijft de zorg voor de gezondheid goed, toegankelijk en betaalbaar. Een wetenschappelijke studie heeft pas impact als de zorgpraktijk iets met de resultaten doet. Het vertalen van kennis naar praktisch bruikbare vernieuwing is dus minstens zo belangrijk als het uitvoeren van een kwalitatief gedegen onderzoek. Daarom zet het GGG-programma kennisbenutting en implementatie voortdurend op de agenda. Het is onderdeel van elk project en soms wordt hiervoor een speciale, aanvullende projectsubsidie beschikbaar gesteld; een zogeheten VIMP (Verspreidings -en implementatie impuls). Ook is er een speciale subsidieronde ‘Implementatie en opschaling van kennis van het GGG-programma in de praktijk’ gestart.

Het gaat niet alleen om implementatie van farmacotherapeutische vernieuwing. Ook andere interventies kunnen in bepaalde gevallen immers effectief zijn, denk aan zelfmonitoring, persoonlijke voorlichting of e-health-interventies. En vergeet niet een minstens zo belangrijk aspect van implementatie: het de-implementeren van niet-effectieve of zelfs schadelijke werkwijzen. Op al deze terreinen heeft GGG-onderzoek belangwekkende resultaten opgeleverd.

Ook al zijn interventies aantoonbaar effectief en doelmatig, dit garandeert nog niet dat ze vanzelf op grote schaal worden toegepast. Zelfs niet als ze een plek krijgen in de richtlijnen. Systematische implementatie van onderzoeksresultaten vergt in alle gevallen een nauwe verbinding tussen onderzoek en praktijk. Kennisbenutting staat centraal in alle fasen van onderzoek en kan dus ook tussentijds plaatsvinden. Dit alles kost tijd, geld en vaak specifieke expertise. Maar de maatschappelijke investering betaalt zich terug, onder meer in termen van patiëntveiligheid, effectiviteit, kwaliteit van leven, doelmatigheid en het verminderen van de benodigde ‘handen aan het bed’.

Eefje de Bont, huisarts en universitair docent, Maastricht University:

‘Minder antibiotica bij kinderen dankzij voorlichting in een stoplichtboekje’

Lees over dit project

Marcia Vervloet, senior onderzoeker farmaceutische zorg, Nivel:

‘COM-MA en TRIAGE laten apothekersassistenten beter communiceren aan de balie’

Lees over dit project

Marlies Wijsenbeek, longarts, Erasmus MC:

‘Enthousiaste IPF-patiënten doen graag mee aan onderzoek naar thuismonitoring’

Lees over dit project

Conny van Ravenswaaij, hoogleraar Dysmorfologie, Rijksuniversiteit Groningen:

‘Verstuiver helpt kinderen met zeldzame aandoening PMS’

Lees over dit project

Jannick Dorresteijn, internist-vasculair geneeskundige, UMC Utrecht:

U-Prevent: hulpmiddel voor gedeelde besluitvorming bij hart- en vaatziekten

Lees over dit project

Video
Contact

Verstuur